Prijsstijging van 24% sinds 2020

Tussen 2020 en 2024 zijn de gemiddelde prijzen van nieuwe auto’s in Europa met ongeveer 24% gestegen, wat neerkomt op een gemiddelde meerprijs van zo’n €6.800 per wagen. Deze forse stijging zet druk op consumenten: veel gezinnen stellen hun aankoop uit of houden hun huidige wagen langer in gebruik.

Fabrikanten kiezen bewust voor duurdere modellen

Uit een studie van het Franse IMT en C-Ways blijkt dat slechts een klein deel van de prijsstijging te wijten is aan externe kostenstijgingen, zoals lonen, grondstoffen of energie (ongeveer 6%). Ook de elektrificatie van het wagenpark verklaart maar een beperkt deel van de stijging: zo’n 6% extra voor hybrides en slechts 2% voor volledig elektrische voertuigen.De grootste oorzaak ligt elders: autofabrikanten zetten steeds meer in op duurdere en winstgevendere modellen, zoals SUV’s. Die commerciële verschuiving verklaart naar schatting meer dan 12% van de totale prijsstijging. Goedkopere stadswagens verdwijnen uit het aanbod, wat de gemiddelde verkoopprijs nog verder de hoogte in jaagt.

SUV’s domineren het straatbeeld

De voorkeur van fabrikanten voor grotere voertuigen leidt tot een verschraling van het aanbod in het A- en B-segment. Een terugkeer naar een breder aanbod van compacte, betaalbare modellen zou volgens de onderzoekers de gemiddelde prijs per wagen met zo’n €2.000 kunnen verlagen.In de praktijk zien we grote verschillen per merk: merken zoals Fiat, Mercedes, Renault en Dacia hebben hun prijzen flink verhoogd, terwijl Tesla in dezelfde periode de prijzen juist met 15% heeft verlaagd.

Tijd voor beleidsmaatregelen?

De auteurs van de studie roepen op tot beleidsinterventie. Denk aan fiscale stimulansen voor kleine, energiezuinige wagens en het ondersteunen van nieuwe voertuigcategorieën zoals de Japanse Kei Cars. Ook benadrukken ze het belang van lokale batterijproductie om de kosten van elektrische voertuigen onder controle te houden.

Conclusie

De sterke stijging van autoprijzen is geen onvermijdelijk gevolg van Europese regelgeving. Het is in grote mate het resultaat van commerciële keuzes van fabrikanten. Door het aanbod opnieuw te verbreden naar meer compacte modellen en gericht beleid te voeren, kunnen voertuigen weer toegankelijker worden én blijft de mobiliteitstransitie haalbaar voor een breder publiek.